Nelie Gerritsen
dinsdag, 03 februari 2009 - 20:07 uur

(Claudia)
Als zo’n 45 jaar kruip ik regelmatig in de huid van een ander. Van Hedda in “Zo eenvoudig is de liefde” (Lars Noren). In die van Blanche in “De tramlijn die verlangen heet” Tennessee Williams). En die van de dochter in “Nachtmoeder” (Masha Norman) en Eva in “Doos vol kruimels” (Neil Simon).
Met groot genoegen kijk ik terug op de stukken die ik regisseerde, zoals: “Het moeizame liefdeleven van Atilla Galop” (Dimitri Frenkel Frank), “Dora Kremer” (Herman Heijermans). “De Miraculeuze Come-Back van Mea L. Lohman” (Guus Vleugel en Ton Vorstenbosch) en de musical “Sneeuwwitje” in de bewerking van Jules Deelder.
Met Cora heb ik jaren toneelgroep Kwats, een groep spelers met een verstandelijke beperking, begeleid. Daar zijn ook heel bijzondere voorstellingen uit voort gekomen.
Naast spelen en regisseren geef ik ook cursussen ‘basisvaardigheden spel en improvisatie’ en presenteer ik modeshows en zangkoren. En of dat niet genoeg is: ik bestuurde De Schijnwerper, het ATP, organiseerde eenakterfestivals en masterclasses met o.a Frans Strijaards, Carlos Garcia, Rudolf Lucier en Netty Blanken.
Door deze gehele periode heen speelde ik 25 jaar lang met poppen bij Pierrot en Trudy. Ieder jaar een nieuw stuk. Van ‘ridderes’ tot ‘de Prinses met de grote oren’. Bedenken, improviseren, vormgeven en spelen...
O ja, ik ben ook nog zeer druk als TFM-assistente.
En natuurlijk “Twee Hondjes”. Spelen in een opgemaakt bed...


Gerelateerd